(+5999) 735 1234

Een stukje historie

Van gymnasion tot multifunctionele sportclub

Sporten lijkt een hype van deze tijd. Maar is dat wel zo?
Al 3000 jaar geleden was er aandacht voor een gezond lichaam, namelijk bij de Ayurveda, een Hindoeïstische gezondheidsleer vanuit India. Veel hedendaagse yoga-concepten zijn sterk verweven met ayurvedische principes.

De Grieken richtten rond 776 vóór Christus het gymnasion op. Deelnemers trainden in deze oude sportcentra voor de Olympische spelen; atletische wedstrijden ter ere van helden en goden. Eigenlijk waren dit de eerste sportscholen. Deelnemers werden een athl`tès genoemd. Toen vanaf 600 v. Chr. veel gewone burgers nodig waren voor de oorlogvoering, kwamen er gymnasia die vooral op lichamelijke training van soldaten gericht waren. Het Perzische rijk en de Spartanen waren de beste voorbeelden om fitness op de “meest effectieve” manier in te zetten. Spartanen verplichtten fitness voor de mannen vanaf de vroege jeugd en voor vrouwen om fitte kinderen te baren. Hierdoor werd Sparta misschien wel de fysiek fitste samenleving in onze historie waarin iedereen naar de sportschool ging.

De sofist Prodicus (465-400 v.Chr.) toonde als eerste het verband aan tussen lichaamsoefeningen en gezondheid. In China ontstond het inzicht, met name door filosoof Confucius, dat er een associatie is tussen diverse ziekten en fysieke activiteiten. Dit leidde tot de ontwikkeling van Kong Fu Gymnastiek. In dezelfde periode ontwikkelde Yoga in India. In Japan ontstond Jiu Jitsu, waaruit later Judo zou ontstaan.

De Romeinse keizer Theodosius I verbood de Olympische Spelen in 393. Door het afbrokkelende Romeinse rijk, verslagen door de Barbaren, ontstond een stilstand van de intellectuele en fysieke fitnessontwikkeling. Meer dan 1000 jaar later vond er tijdens de renaissance (1400 – 1600) een soort hergeboorte plaats van het culturele leven en een hernieuwde interesse voor het menselijk lichaam. Met name op de Romeinse scholen werd fysieke educatie weer opgenomen en was het populair.

In 1598, werd de betekenis van gymnasion (letterlijk: ‘plaats om naakt te zijn’) omgevormd tot ‘plaats van oefening’. De afkorting gym werd in 1871 geïntroduceerd.

Eind 18e eeuw: ontwikkeling van oefeningen op apparaten die uiteindelijk hebben geleid tot wat de moderne gymnastiek wordt genoemd. In Denemarken wordt gymnastiek op scholen geïntroduceerd.

Rond 1800 wordt het eerste fitness apparaat voor vrouwen geïntroduceerd. In 1830 wordt speciaal voor vrouwen een callistenics training op muziek ontwikkeld, wat vergelijkbaar is met de hedendaagse aerobics.

In 1838 opende in Luik het eerste commerciële gymnasium en tussen 1840 en 1860 in Brussel, Parijs en Liverpool. In die tijd, met name in Parijs, was het vooral de elite die deelnam aan de fitnesslessen.

Theodore Roosevelt, bracht in 1901 het belang van bewegen en fysieke activiteiten breed onder de aandacht. Trainen met gewichten werd populair, gestrekt door de opkomst van ‘Strongmen’, krachtpatsers die optredens verzorgden in het circus. In Nederland openden de eerste turnverenigingen ‘Werken met krachten’ in Simpelveld (Zuid-Limburg) en Olympia in 1863 te Amsterdam.

In 1865 werd “The new Gymnastics” geïntroduceerd door Dioclesian Lewis. Hij ontwikkelde dit volgens een, binnen het onderwijs geïntegreerde, aanpak van fysieke educatie. Lewis dacht in termen van voorkomen van ziekten en kracht en gezondheid behouden door fysieke fitness. Hij ontwikkelde ook lichtere apparatuur voor vrouwen en kinderen die op scholen gebruikt kon worden. Hij richtte het ‘Instituut voor Fysieke Educatie’ in Boston op waar docenten lichamelijke opvoeding werden opgeleid. Rond deze tijd werd in Amsterdam het ‘Paleis voor Volksvlijt’ gebouwd, een voorloper van fitness met worstelen, boksen en krachtsport.

In 1885 werd de eerste officiële gymzaal in Nederland geopend, in Limburg bij Maastricht. Naast de ontwikkelingen op het gebied van gymnastiek, kreeg de krachtsport meer aandacht door de ‘Strongmen’. Eugen Sandow (1867 – 1925) was een in Duitsland geboren pionier op het gebied van bodybuilding. Hij wordt de ‘Vader en uitvinder van het moderne Bodybuilding’ genoemd. Hij begon zijn carrière op 19-jarige leeftijd als showman en ‘krachtmens’. Hij was de eerste die probeerde zijn lichaam bewust te modelleren naar dat klassieke model.

Edmond Desbonnet (1867 – 1953) was een Franse academicus en gymnasiast die fysieke educatie hip maakte in Frankrijk, o.a. door zijn publicatie ‘La Culture Physique’ en door zijn keten van trainingclubs. Hij liet zijn klanten, welke voornamelijk bestonden uit leden van de Parijse jetset, o.a. met halters werken en maakte daar graag foto’s van. Het was zijn afkeer van dikke buiken die hem dreef. Op een gegeven moment waren er in Europa ruim 200 sportscholen die ‘de methode Desbonnet’ hanteerden.

In 1965 introduceert Dr. Kenneth H. Cooper de eerste ‘aerobicsopleiding’ in de Verenigde Staten om conditie van hart en longen te verbeteren. Hij paste aerobics toe bij een trainings- en conditieprogramma voor militairen en astronauten in opleiding. Zijn boek Aerobics (1968) leidde definitief tot een doorbraak van deze oefenvorm.

In 1969 introduceerde Jacki Sorenson de term ‘aerobics dancing’. Zij ontwierp een fitnessprogramma voor de niet-danser: het continue uitvoeren van ritmische bewegingen uitgevoerd op muziek. Aerobics werd onder andere door haar versie een stuk populairder in de beginjaren ’70.

De eerste workout video van Jane Fonda kwam in 1982 uit. Ze introduceerde de beenwarmers in de lessen. Haar lessen werden een groot succes, later opende ze haar eigen aerobics studio. Dit was de definitieve, internationale doorbraak van aerobics en de meeste sportcentra veranderden van fitness- en bodybuildingscholen (de sportschool) in sportcentra, met niet alleen fitness maar een combinatie van fitness en aerobics. Het woord sportschool wordt vanaf dat moment meer en meer geassocieerd met het hardcore bodybuilding en namen als sportcentrum, sportclub en sportinstituut doen hun intrede.

Rond de jaren negentig ontstaat er meer aandacht voor Body & Mind in de fitnessbranche. Pilates en Yoga bestonden natuurlijk al veel langer, maar van aantrekkingskracht op het grote publiek was tot dan toe nog niet echt sprake. Inmiddels zijn Yoga, Pilates en andere Body & Mind trainingen goed ingeburgerd. Meditatie, Tai Chi en Qigong zijn ondertussen ook bekend geworden net zoals diverse Oosterse vechtsporten (o.a. Taekwon-Do, Karate, Judo, Thaiboksen) die hun weg naar de westerse wereld hebben gevonden.